De theoretische leerweg

De Theoretische Leerweg (tl) is een vierjarige opleiding. In de onderbouw (1e en 2e leerjaar) volgen alle leerlingen dezelfde vakken. Na het 2e leerjaar maken zij een sectorkeuze en kiezen zij een vakkenpakket. Uiteindelijk wordt er in 6 theorievakken examen gedaan. Daarnaast doen de leerlingen schoolexamen in maatschappijleer, lichamelijke opvoeding (lo) en culturele kunstzinnige vorming (ckv).

Met een tl-diploma kunnen de leerlingen doorstromen naar een vervolgopleiding in het mbo of doorstromen naar leerjaar 4 van het havo.

De onderbouw TL

Op de tl wordt er voornamelijk gewerkt binnen een vakkenstructuur. Binnen de vakken wordt aandacht besteed aan het aanleren van vakkennis en vaardigheden zoals samenwerken, overleggen, onderzoeken en presenteren.

Naast deze vakken verzorgt de mentor de studie- en mentorles. Tijdens deze lessen wordt er aandacht besteed aan het leren leren, het maken van huiswerk, het groepsproces en verschillende zaken die op school spelen.

De Bovenbouw TL

Na het 2e leerjaar kiezen de leerlingen een sector en een vakkenpakket. Binnen de  Theoretische Leerweg heeft de leerling de keuze uit de volgende sectoren:

  • -Zorg en Welzijn
  • -Economie
  • -Techniek

De keuze voor een sector bestaat uit:

  • -een gemeenschappelijk deel, dit zijn verplichte vakken voor alle leerlingen
  • -een sectorgebonden deel, dit zijn verplichte sectorvakken
  • -een vrij deel, dit zijn keuzevakken

Vanaf het 3e leerjaar maken de leerlingen een start met het schoolexamen. De examenstof voor de verschillende vakken is hiervoor verdeeld over het 3e en het 4e leerjaar. In het 2e, 3e en 4e leerjaar wordt er aandacht besteed aan loopbaan oriëntatie- en begeleiding en bouwen de leerlingen een portfolio op. Dit proces wordt begeleid door de decaan tl en de mentoren. De leerlingen worden zich bewust van de keuzemogelijkheden met betrekking tot een vervolgopleiding waarbij de volgende vragen van belang zijn: ‘Wie ben ik?’, ’Wat wil ik?’ , ’Wat kan ik?’. Halverwege het 3e leerjaar lopen de leerlingen een week stage bij een bedrijf of instelling. Op deze manier ervaren de leerlingen wat het betekent om in de sector te werken waar zij voor gekozen hebben en of de keuze die zij voor ogen hebben wel de juiste is.