Studiebegeleiding

De afdelingsleider

De afdelingsleider coördineert o.a. het mentoraat en is samen met de decaan het aanspreekpunt bij de keuzebegeleiding. Daarnaast stuurt hij/zij het team aan voor wat betreft de onderwijsinhoudelijke ontwikkelingen.

De mentor

Meer dan de vakdocenten is de mentor in staat om de begeleidingsgebieden te integreren. De mentor staat dicht bij de leerling en is tevens betrokken bij het geven van onderwijs.

De mentor is de aangewezen persoon om met de leerling leer-, keuze- en sociaalemotionele processen te bespreken en is tegelijk de persoon bij wie de leerling terecht kan met vragen of problemen. De mentor onderhoudt contacten met ouders/verzorgers, vakdocenten, afdelingsleiding en eventuele specialisten op wie hij/zij, indien nodig, altijd kan terugvallen. Verder kan de mentor begeleidingsprogramma’s uitvoeren die de counselors en decanen hebben samengesteld.

Maar bovenal is de mentor degene die de meeste contactmomenten met de leerling heeft. Leerlingen stappen doorgaans met vragen of problemen makkelijker op hun mentor af. Vanwege zijn pluriforme taak (vakdocent, begeleider, keuzebegeleider, studieadviseur enz,) is de mentor als geen ander in staat om ’heel de persoon’ van de leerling te begeleiden. De mentor is de eerste contactpersoon voor de ouders/verzorgers.

Dyslexiebegeleiding

Leerlingen, bij wie na onderzoek is gebleken dat zij dyslectisch zijn en/of in het bezit zijn van een geldige dyslexieverklaring, komen in aanmerking voor een dyslexiepas. Op deze pas staat vermeld voor welke extra faciliteiten de leerling in aanmerking komt. Zoals het vergroten van de tekst, het mondeling in plaats van schriftelijk overhoren van een toets, het niet meetellen van spellingsfouten enz. Daarnaast staat op de achterkant van de dyslexiepas een aantal tips voor de dyslectische leerlingen vermeld.

Procedure

Alle nieuw aangemelde eerstejaars leerlingen maken op de kennismakingsmiddag in juni een dictee. In de 1e week van het nieuwe schooljaar krijgen alle eerstejaars leerlingen een leestest. De gecorrigeerde dictees en het resultaat van de leestest worden aangeboden aan een externe deskundige voor analyse. Het resultaat van de analyse wordt gelegd naast de gegevens van de basisschool. Op grond daarvan wordt besloten om een leerling wel of niet nader te laten onderzoeken op dyslexie door een extern onderzoeksbureau.

De school ontvangt een rapportage van de analyse, waarbij de deskundige heeft vastgesteld welke leerling dyslectisch is, de mate waarin en welk behandelplan gevolgd moet worden. Voor leerlingen uit het 2e leerjaar geldt dat in beperkte mate sprake kan zijn van voortzetting van de extra begeleiding op school. Hierover worden afspraken gemaakt tijdens de overgangsvergadering leerjaar 1 naar leerjaar 2. De afdelingsleider bewaakt samen met de mentor de uitvoering van de gemaakte afspraken.